Psychosociale arbeidsbelasting (PSA)


Onder psychosociale arbeidsbelasting (PSA) verstaat de wetgever werkdruk, sociale onveiligheid (Geweld, (seksuele) intimidatie, pesten. discriminatie etc.). In dit document laten we zien welke mogelijkheden er bestaan om de risico’s rond PSA in kaart te brengen. Met preventief arbobeleid kunt u heel veel geld besparen. Voorkomen is beter dan genezen. Wilt u ook geld besparen? Bel ons: 010 7860726 of mail ons: info@arbo-advies.org.

Stress volgens de Arbowet
Er is sprake van psychosociale arbeidsbelasting als dat stress oplevert (Artikel 1, lid 1, sub e, Arbowet) Definitie van stress: “een toestand die als negatief ervaren lichamelijke, psychische of sociale gevolgen heeft.” (Artikel 1 lid 1 sub f, Arbowet)

Bij psychosociale overbelasting kunnen lichamelijke en geestelijke klachten het gevolg zijn. Hart en vaatziekten, burn-out zijn voorbeelden van klachten die samen kunnen hangen met psychosociale overbelasting. Het RIVM heeft berekend dat 36% van de totale werkgerelateerde ziektelast (uitgedrukt in Daly’s) voor rekening komt van ongezonde psychosociale arbeidsbelasting en zijn geestelijke aandoeningen als burn-out  verantwoordelijk voor de hoogste ziektelast en staat PSA als beroepsziekte op nummer 1

Werkdruk
Er is geen breed geaccepteerde definitie voor de term ‘werkdruk’. In de ‘Multidisciplinaire richtlijn Werkdruk’ wordt de volgende definitie gehanteerd:
Als de hoeveelheid werk en de tijd waarbinnen dat werk af moet zijn (werkbelasting), het draagvermogen van de werknemer (belastbaarheid) te boven gaat is er sprake van hoge werkdruk. Vooral in combinatie met beperkte regelmogelijkheden en het ontbreken van voldoende steun door collega’s en leidinggevende om aan de gestelde eisen te voldoen vormt werkdruk een risico voor de gezondheid van werknemers. De multidisciplinaire richtlijnen worden gezien als deel van de ‘professionele standaard’ als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Arbowet.

Maar hoe breng je dat in kaart? Onderstaande afbeelding met het “JDC(S)-model” van Karasek geeft een globaal beeld. Aan de rechterkant van de afbeelding staan de belangrijkste risicofactoren die van invloed kunnen zijn op het JDC(S)_model.

Het JDC(S)-model van Karasek en de risicofactoren die van invloed kunnen zijn.

Om werkdruk in kaart te brengen, bestaan er diverse instrumenten die werkdruk kunnen ‘meten’. De Vragenlijst Beoordeling en Beleving van de Arbeid (VBBA) is een zeer uitgebreide vragenlijst die uit een groot aantal modules bestaat. (Meer informatie vindt u op https://www.skb.nl). De VBBA is echter een instrument dat de nodige expertise vergt en daar hangt ook een prijskaartje aan. SKB (licentiehouder) en de FNV hebben samen de ‘Sneltest Werkdruk’ ontwikkeld, waarvoor twee modules uit de VBBA zijn gebruikt. Het grote voordeel van dit instrument is de laagdrempeligheid want er is geen extra (statistische) kennis vereist. De resultaten zijn zichtbaar te maken met het stoplichtmodel: groen, geel (oranje) en rood. Meer informatie: https://www.fnv.nl/themas/veilig-en-gezond-werken/werkdruk-en-werkstress/tools-en-instrumenten/fnv-sneltest-werkdruk-gebruiksaanwijzing/.

De multidisciplinaire richtlijn ‘Werkdruk’ beveelt echter het gebruik aan van twee korte vragenlijsten aan: de Job Content Questionnaire (JCQ) en de ‘Quantitative Workload Inventory (QWI). De JCQ bestaande uit vijf vragen heeft voornamelijk betrekking op de hoeveelheid werk en werktempo. De QWI (ook vijf vragen) meet de kwantitatieve werkdruk. Ook voor deze instrumenten is geen specifieke statistische kennis nodig voor de berekening van de resultaten. Voor de doehetzelvers onder u, zie: http://www.arbokennisnet.nl/richtlijnen.html.
Wij kunnen u veel werk uit handen nemen, tegen zeer concurrerend tarief. Voor vragenlijstonderzoek kunt u gebruikmaken van ons eigen Internetmodule ‘Arbosurvey’. Voor het kostenplaatje zie: [nog te ontwikkelen] of bel ons voor een offerte.

Werk-privé balans
In het huidige digitale tijdperk ontbreekt nog een belangrijke factor in de bovenstaande afbeelding: de werk-privé balans. De scheiding tussen werk en privé wordt steeds diffuser. Cruciale factor die bij psychosociale arbeidsbelasting een rol speelt is de ‘hersteltijd’. Wanneer werknemers onvoldoende kunnen herstellen van hun werk, liggen geestelijke aandoeningen op de loer. Autofabrikant BMW geeft daarom zijn medewerkers het ‘recht op onbereikbaarheid’, buiten werktijden.
De multidisciplinaire richtlijn ‘Werk-privé balans’ beveelt de SWING aan als meetinstrument.

Werk-privé balans

Greenhaus en Beutell (1985) beschrijven een verstoorde werk-privé balans als: “een vorm van interrol conflict waarin de druk van de rollen die vervuld moeten worden in het werk- én privédomein in bepaalde mate onverenigbaar zijn” (p. 77). Een verstoorde werk-privé balans kan gevolgen hebben voor de werknemer, zowel op de werkvloer, als thuis, als niet-domeingebonden. De meeste gevolgen lijken voort te komen uit de stressklachten (distress) die gepaard gaan met een verstoorde balans.

Kijk bij het beoordelen van de ernst van een verstoorde werk-privé balans bij werknemers naar de volgende domeingerelateerde factoren.

Werkdomein:
o toename in distress;
o verminderde prestatie;
o minder werktevredenheid

Familiedomein:
o toename in distress;
o meer conflicten;
o verminderde prestatie;
o minder familietevredenheid

Ervaren gezondheid:
o een slechtere algehele gezondheid (psychisch en somatisch);
o meer kans op klachten aan het bewegingsapparaat;
o meer kans op roken en bij rokers tot het roken van meer sigaretten;
o een hogere alcoholconsumptie;
o minder slaap;
o een grotere kans op een burn-out;
o en grotere kans op langdurig verzuim.

De multidisciplinaire richtlijn “Werk-Privë balans” adviseert het enige Nederlandstalige instrument te gebruiken de SWING Questionnaire (Survey Werk-thuis Interferentie NijmeGen).
Er zijn geen kosten verbonden aan het gebruik van de SWING. Wel is een voorwaarde voor gebruik van de SWING dat op de vragenlijst duidelijk vermeld staat dat “de SWING is ontwikkeld door Prof. Sabine Geurts e.a., Behavioural Science Institute, Radboud Universiteit Nijmegen”
Voor de doe-het-zelvers is meer informatie te vinden op http://www.arbokennisnet.nl/images/dynamic/Richtlijnen/Werk-prive_balans/10-03-2014_RL_werk-prive_balans_DEF.pdf
Ziet u een doe-het-zelf onderzoek niet zitten, bel ons 0107860726 of schrijf ons: info@arbo-advies.org.

Sociale (on)veiligheid
Ondanks een campagne van de overheid, laat de trend een jaarlijks stijgende lijn zien. Is werkdruk (als containerbegrip) een groot probleem, ook sociale onveiligheid heeft een grote impact op de gezondheid van werknemers. Met name interne sociale onveiligheid (grensoverschrijdend gedrag van collega’s en/of leidinggevenden) vormt een groot probleem.  Zie afbeelding.

Verhoogde kans op negatieve gevolgen bij blootstelling aan sociale onveiligheid.

De afbeelding geeft de ‘odds ratio’ weer met de impact op een aantal factoren. De kans op burn-out als gevolg van interne agressie (collega’s/leidinggevenden) ligt 96% hoger.  Werktevredenheid 38% lager, om enkele voorbeelden te noemen. Maar ook externe sociale onveiligheid geeft 42% hogere kans op een burn-out en 23% hogere verzuimkans. Kortom, sociale veiligheid is een serieus te nemen risicofactor

Stress
Het hebben van een stressreactie is over het algemeen heel gezond en meestal nuttig. Het is een overlevingsstrategie van het menselijk lichaam wanneer onze gezondheid en veiligheid ernstig bedreigd worden. Bij stress komen er hormonen vrij, die ons lichaam moeten klaarmaken om een ernstige bedreiging het hoofd te kunnen bieden. Toen we nog in berenvellen rondliepen en nog als prooi werden gezien, een zeer nuttige reactie. Maar inmiddels zijn we (in vredestijd) geen ‘prooidieren’ meer en ziet ons leefpatroon er heel anders uit. Maar ons ‘reptielenbrein’ reageert nog steeds op stressvolle omstandigheden ook al zijn die in letterlijke zin niet ‘levensbedreigend’. En wanneer die omstandigheden te lang voortduren én ons verdedigingssysteem niet voldoende kan herstellen, neemt het risico op het krijgen van geestelijke en/of somatische aandoeningen toe, zoals bovenstaande figuur laat zien voor sociale onveiligheid.

Distress (medische term voor stress)
Zoals we hiervoor al opmerkte, geeft de Arbowet een definitie voor psychosociale belasting, waarvan sprake is als de onbalans in de werksituatie stress veroorzaakt. En er is sprake van stress, wanneer dat negatief ervaren lichamelijke, psychische of sociale gevolgen heeft. Maar hoe is dat vast te stellen? Dat zou kunnen door het niveau van stresshormonen te meten, maar dat vergt een medisch handeling en is derhalve niet praktisch. Gelukkig is er een goed alternatief voorhanden. Omdat de huisartsen sinds jaar en dag ook steeds meer patiënten op het spreekuur komen met klachten die vermoedelijk van psychische aard zijn, heeft dr. Terluin (zelf ook huisarts) een vragenlijst ontwikkelt die diverse psychische aandoeningen kan onderscheiden: de ‘vier dimensionale klachtenlijst’ (4DKL). De 4DKL is primair ontwikkelt als diagnostisch instrument voor huisartsen. Maar de 4DKL bleek ook een uitstekend instrument voor breder onderzoek en is als zodanig ook beoordeeld door een commissie (COTAN) van het NIP (Nederlands Instituut van Psychologen). Buiten de somatische, angst en depressie modules gaat het ons met name om de ‘Distress-module’. De distress-module bestaat uit 26 vragen. Wilt u zelf met de 4DKL aan de slag, dan is met de zoekterm ‘4DKL’ op het Internet de nodige informatie te vinden. Maar aan het gebruik van de 4DKL zijn wel licentierechten verbonden. Wij beschikken over een licentie voor het gebruik van de distress-module. Wij raden u af om er zelf mee aan de slag te gaan. Want het meten van distress zal altijd samengaan met onderzoek naar mogelijke (oorzakelijke) risicofactoren. Oorzakelijk staat tussen haakjes, omdat bij cross-sectioneel onderzoek causale verbanden niet zijn vast te stellen.

Burn-out
Wanneer de blootstelling aan ongezonde psychosociale arbeidsbelasting te lang voortduurt en werknemers niet voldoende kunnen herstellen van hun dagelijkse psychische belasting, dan ligt een burn-out op de loer. Schaufeli & Van Dierendonck, (2000) hebben de Utrechtse Burn-out Schaal (UBOS) ontwikkelt. De UBOS is een vertaling van de Engelstalige Maslach Burn-out Inventory (MBI). Er zijn drie edities van verschenen: Algemeen, Contactuele beroepen en leraren. Deze vragenlijst wordt sterk afgeschermd als verdienmodel. Kortom, niet geschikt voor ‘doe-het-zelvers’.