Hand-arm- en lichaamstrillingen

Wanneer zijn trillingen schadelijk?

Vreemd genoeg is het in Nederland geen usance om de blootstelling aan trillingen adequaat in kaart te brengen. Terwijl de gevolgen bij ongezonde blootstelling ernstig kunnen zijn. Er worden per jaar maar weinig gevallen gemeld maar vermoedelijk vindt er een forse onderrapportage plaats indien een vergelijking wordt gemaakt met landen om ons heen (Hulshof et al. 2002; Kuijer et al. 2014).

Onze meetapparatuur voor onderzoek in de praktijk.

Als we aan trillingen blootstaan dan kan dit discomfort (soms in de vorm van vermoeidheid) veroorzaken en het prestatievermogen van mensen nadelig beïnvloeden. Zo kan er duizeligheid optreden en lichte mate van desoriëntatie bij weinig trillingen en kan, de visuele waarneming bij ernstige trillingen gestoord worden. Dat is vooral lastig of gevaarlijk als de oog-armcoördinatie afneemt. Ook kan de overdracht via spraak belemmerd worden. Wagenziekte of zeeziekte kunnen een tijdelijk gevolg zijn van laagfrequente trillingen (minder dan 1 trilling per seconde) maar waarvoor niet iedereen even gevoelig is.



De fysische belasting hand/arm- en lichaamstrillingen is als risicofactor opgedeeld in hand-armtrillingen en lichaamstrillingen en worden ook verschillend gemeten.
Er bestaan actie- en grensnormen voor de blootstelling aan hand-arm- en lichaamstrillingen. De EU liet het aan de lidstaten over om “te winkelen” welke normen en analysemethodieken ze konden overnemen in landelijke regelgeving. Het neoliberale Nederland heeft slechts de minste norm uit de EU-richtlijn overgenomen. Bovendien zijn de actie- en grensnormen niet gebaseerd op consequenties voor de gezondheid, maar zijn de normen slechts een zeer mager compromis op basis van economische gronden (met dank aan landen als Polen). Onze Arbowet zou bedoeld zijn voor een minimale bescherming van werknemers, maar dat gaat dus voor deze risicofactor niet op. Des te meer omdat Nederland de alternatieve analysemethodieken zoals voorgeschreven in ISO-norm 2631-1 niet in de regelgeving heeft overgenomen!!!!!

Hand-armtrillingen
Bij bijvoorbeeld sterk trillend gereedschap dat in de hand gehouden moet worden zal na enige tijd “doofheid” of tinteling in de vingers waarneembaar zijn. Soms leidt dit zelfs tot pijnscheuten als de vingers contact maken met koudeoppervlakken. De effecten zijn in het algemeen waar te nemen in de vorm van „witte vingers‟ (die eigenlijk pas duidelijk waarneembaar optreden als de vingers koud zijn). Zowel lichaamstrillingen als hand-armtrillingen blijken schadelijk bij een hoge intensiteit en bij een lange blootstelling (meerdere uren per dag en vaak na enkele maanden)

Lichaamstrillingen
Blootstelling aan lichaamstrillingen kan leiden tot ongemak, klachten, ziekteverzuim en schade aan de gezondheid. Hoewel deze blootstelling ook in staande of liggende houding kan voorkomen en tot verschillende effecten op de gezondheid kan leiden (zoals nekklachten en knieklachten) is verreweg het meeste onderzoek verricht naar rugklachten bij doorgaans zittende bestuurders van diverse voertuigen zoals vrachtwagens, bussen, vorkheftrucks, grondverzetmachines en terrein-voertuigen. Deze vorm van blootstelling komt ook het meeste voor. Onderzoek naar de effecten van langdurige blootstelling aan lichaamstrillingen op de rug is de laatste jaren samengevat in enkele systematische reviews en meta-analyses (Nilsson et al. 2013; Waters et al. 2008; Bovenzi & Hulshof 1999). De conclusie hiervan is dat blootstelling aan lichaamstrillingen vooral geassocieerd is met een verhoogd risico op het krijgen van rugklachten. Rugklachten door trillingen kunnen aanleiding zijn tot ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Als iemand rugklachten heeft, kan blootstelling aan trillingen bovendien de pijn verergeren en de terugkeer naar werk bemoeilijken. Daarmee heeft het ook een belangrijke sociaaleconomische impact. Op grond van gegevens uit verschillende cohortonderzoeken in de jaren negentig van de vorige eeuw is voor een hypothetisch cohort becijferd dat in de hoogst blootgestelde populaties het gemiddelde verlies aan werkbare dagen door ziekteverzuim met rugklachten in een arbeidsleven aanzienlijk is (Burdorf & Hulshof 2007). Blootstelling aan lichaamstrillingen gaat vaak gepaard met een slechte zithouding en bewegingsarmoede. De aandoening rugklachten door lichaamstrillingen is in Nederland en in de ons omringende landen onder bepaalde voorwaarden erkend als beroepsziekte. Dat moet, indien aan de diagnostische criteria voldaan wordt, door bedrijfsartsen bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten gemeld worden. Maar dat gebeurd dus praktisch niet. Of de laatste wetswijziging van de Arbowet daar verandering in gaat brengen is nog maar de vraag.